Pagina's in deze website
Home
Foto's
Contact
Bijgewerkt op: 27-7-2017

Springen Mannen
Periode tot 1945



Toelichting foto Foto
Amsterdam RAP terrein achter Oud-Roosenburgh, 8 augustus 1909.

Propaganda wedstrijden van de NAU met enkele Nederlandse kampioenschappen voor leden van de NAU en Nederlandse kampioenschappen voor voetballers.
Hans Bakker van UDI Arnhem wint het hoogspringen met 1,70 en is hiermee de eerste Nederlandse kampioen hoogspringen. Tweede wordt de Amsterdamse turner Herman van Leeuwen en derde D. Vloon van Turnkring Apeldoorn.
Bakker zet af van een springplank en springt over een lat. De lat is al een vernieuwing, want gebruikelijk is tot dan toe springen over een koord met aan de uiteinden zandzakjes. Na 1909 verdwijnt deze manier van springen vrij snel en sluit men aan bij de internationale regels die de plank verbieden en een lat voorschrijven.
De pet heeft hij opgezet omdat hij recht tegen de zon in moet springen.
Herkomst foto De Revue der Sporten, 11 augustus 1909
.
bakker
Polsstokspringen rond 1910.

Uit de sportkantine zijn tafels en stoelen gehaald om op hoger niveau te jureren.
Als men goed oplet is een springplank te zien. Deze werd in die jaren ook gebruikt bij het verspringen en het hoogspringen.
jury op stoelen ca. 1910
Polsstokspringen rond 1910.

De grote militaire belangstelling kan er op duiden dat de springer een militair is.
Een soortgelijke foto is opgenomen in het programmaboekje Olympische Spelen te Rotterdam 23-24 Mei 1908, met als bijschrift: "Polsstokhoogspringen tijdens de sportfeesten te Amersfoort".
springen met militairen
J. van Dobben, lid van de Haagse vereniging Grenadiers en Jagers, verbetert in 1916 driemaal het Nederlands record polsstokhoogspringen. Op 13 augustus verbetert hij in Arnhem het record van J. Bos uit 1914 dat op 3,245 staat, naar 3,275. Dan twee weken later in Dordrecht, op 27 augustus, springt hij 3,33, om te eindigen in Amsterdam op 3 september, tijdens de Nationale Olympische Spelen, met 3,385. Deze laatste prestatie is ietwat vreemd. In het Jaarverslag 1916 van de NAU staat dat hij deze wedstrijd wint met 3,30 m. Mogelijk heeft men na afloop van de wedstrijd nog een extra rondje 'recordspringen' gedaan. van dobben in 1916
Eindhoven, 24 juni 1917, wedstrijden waarvan enkele nummers om het Nederlands kampioenschap.

Uit De Revue der Sporten:
'Zondag hebben te Eindhoven op Philips' Sportterrein interessante wedstrijden plaats gevonden, die algemeene belangstelling trokken. Eindhoven is wel een stad, waar de sport, en vooral de athletische, geëerd wordt. Op het programma prijkten eenige kampioenschappen van Nederland. Zoo werd o.m. het Kampioenschap Polsstok-Hoogspringen gehouden. Winner hiervan werd de bekende athleet Rijpkema van de Grenadiers en Jagers, met een sprong van 3 M. Men ziet op onze illustratie Rijpkema in actie afgebeeldt.'
Uitslag: 1. P. Rijpkema (militair) 3,00, 2. H. Janssen (NAU) 2,90, 3. Steph van Duyn (DFC) 2,90, 4. J. Geersen (militair) 2,90.  
rijpkema 1917
Rotterdam, 8 juli 1917.

Tijdens wedstrijden, georganiseerd door Pro Patria in Rotterdam, wint Roelof Prins het nummer polsstokhoogspringen met 3,15. Enkele jaren later emigreert Roelof naar de USA. Zijn familie koestert deze medaille. 
medailles prins
Den Haag, 12 augustus 1917, wedstrijden van den Haagschen Voetbal-Bond.

Roelof Prins brengt het Nederlands Record polsstokhoogspringen op zijn naam met 3,40. Het vorige record dateert van Amsterdam, 3 september 1916 en is 3,385, gesprongen door J.H. van Dobben, van de Sportvereeniging Grenadiers en Jagers te 's-Gravenhage. Het record blijft dus in de vereniging.
Als beloning voor zijn record ontvangt Roelof van zijn compagniecommandant deze oorkonde.
Frappant is dat op deze oorkonde staat dat Prins ook het Nederlands record polsstokverspringen zou bezitten met 9,02. Dat is dan in ieder geval niet het record erkend door de NAU, want dat staat op naam van P. Rijpkema, met 8,06, gevestigd op 3 september 1916 tijdens de Nationale Olympische Spelen in Amsterdam.

Harry de Keyser, ook een militair, verbetert in 1921 het record van Prins en brengt het op 3,45. 
prins 1917
Wormerveer, sportpark, 2 september 1917, athletiek wedstrijden om den Gouden Plak.

Jan Petri, UD Deventer wint het hoogspringen zonder aanloop met 1,40.

Over de wedstrijd schrijft Het Vaderland nog: 'Regenbuien belemmerden af en toe de sport, records werden dan ook niet verbeterd en diverse 1e prijswinnaars bleven nu beneden vroegere prestaties. De deelneming was zeer groot en de belangstelling buitengewoon.'

Later komt Jan Petri uit voor HAV Haarlem.
Jan Petri is een veelzijdig atleet: Kampioen discuswerpen in 1915 en kampioen hink-stap-springen in 1919. 
Ook wordt hij Nederlands recordhouder hoogspringen zonder aanloop in 1916 en hink-stap-springen in 1919.
jan
                      petri 1917 wormerveer
Amsterdam Ajax veld, 11 augustus 1918, kampioenschappen van de Nederlandsche Voetbal Bond.

Steph van Duyn (Sparta, Rotterdam) wint het hoogspringen met aanloop met 1,62, voor Baumgarten (HBS), Rein van den Heuvel (Sparta) en Lau Spel (Blauw Wit).
steph van duyn 1918
Amsterdam, sportpark (oude stadion), 24 juli 1927, Internationale wedstrijden van AV '23.

Hannes de Boer (VenL) springt in deze wedstrijd een Nederlands record met  7,30.
Hannes is kampioen verspringen van 1925 t/m 1930.
In 1924 verbetert hij het record van Jaap Boot van 6,985 naar 7,04 en is daarmee Nederlands eerste 7 meter springer. Via 7,06, 7,18, 7,215, 7,30, 7,32 (in 1931 in Rijswijk) brengt hij het record uiteindelijk in 1928 in Londen op 7,37. Deze laatste afstand is oorspronkelijk niet als record erkend, omdat de KNAU geen buitenlandse prestaties als record erkent.

Pas in 1951 breekt Henk Visser dit record en springt 7,48.
Hannes staat ook zijn mannetje op de 100m en is regelmatig finalist op deze afstand op Nederlandse kampioenschappen.
hannes de boer ver amsterdam 1927
Haarlem, 7 augustus 1927, Nederlandse kampioenschappen.

Kampioen polsstokhoogspringen wordt Klaas Runia (Zeemacht, Den Helder) met 3,50, 2. A. Hartman (Haarlem) 3,45, 3. B. Nollen (PSV, Eindhoven) 3,40. Klaas is kampioen polsstokhoogspringen in 1924, 1925 en 1927. Zijn beste prestatie is 3,55.  Daarnaast is hij ook nog drie keer kampioen polsstokverspringen. In die tijd springt men met de bamboestok, een grote vooruitgang ten opzichte van de daarvoor gebruikte essenhouten stok met stalen voet.
Met zo'n essenhouten stok springt Joop Meyer in 1904 2,40.
klaas runia 1927 nk
                      haarlem
Amsterdam, 2 augustus 1928, Olympische Spelen.

Nederland schrijft vier springers in op het nummer hink-stap-sprong. Niemand haalt de finale. Wim Peters springt in de eerste serie eerst tweemaal ongeldig en dan 14,55, een vierde plaats en geen toegang tot de finale. Een enorme deceptie voor hemzelf en voor het vaderland, er is op een medaille gerekend. Hij wordt zevende in de totaaluitslag.

In dezelfde serie springt Steven van Musscher 13,93 en wordt daarmee zevende.
In serie twee komt Jan Blankers tot 14,35 en Gijs Lamoree springt 14,08.

Wim Peters neem deel aan de Olympische Spelen van Parijs 1924 (11e met 13,86), Amsterdam 1928 en Los Angeles 1932 (5e met 14,93). Hij weigert mee te gaan naar Berlijn 1936 vanwege het regime in Duitsland, hoewel de vraag gerechtvaardigd is of de bond hem zou hebben voorgedragen bij het NOC.
wim
                      peters 1928
Enschede, 2 september 1928, Nederlandse kampioenschappen.

Tjeerd (Tjip) Pasma (UDI, Arnhem) wint het polsstokhoogspringen met 3,43.
Hij springt dat jaar een record met 3,605.
In 1926 is hij ook Nederlands kampioen.
tjeerd pasma pols enschede nk
Enschede, 2 september 1928, Nederlandse kampioenschappen.

Achter kampioen Pasma wordt tweede J. Hazelhof (Donar, Leiden) met 3,20 en derde F. Beringer (AV Twente) met 3,08. Wie hier springt is niet bekend.
pols met trap ca.
                      1928
Enschede, 2 september 1928, Nederlandse kampioenschappen.

Het is niet zeker of deze foto in Enschede is genomen, maar het lijkt er wel op.
Wim Peters wordt kampioen hink-stap-springen met een nieuw record van 15,10 1/2. Tweede wordt Gijs Lamoree (PSV, Eindhoven) met 13,34 1/2 en derde Jan Britstra (Hellas, Utrecht) met 12,45. Bij het verspringen wordt Wim tweede met 6,93, achter Hannes de Boer (Te Werve) met 6,96 en voor S. Swagerman (Te Werve) 6,55. De prestaties zijn matig vanwege tegenwind.
Zonder aanloop springt Wim met 2,85 naar een derde plaats.
Bij het hoogspringen met aanloop wordt Wim ook tweede, hij springt 1,71.
wim peters enschede
                      1928
Amsterdam Olympisch Stadion, 27 juli 1930, Internationale wedstrijden Blauw Wit.

Age van der Zee (Haarlem) springt nu naar 3,815, opnieuw een record.
Uitslag: 1. Age van der Zee (Haarlem), 2. Crepin (Stade Français) 3,71 m. 3. Erich Stechemesser (Preussen) 3,71.
anne van der zee
Rotterdam Sparta terrein, 5 juli 1931, Internationale wedstrijden, georganiseerd door Pro Patria.

Wim Hofman (AVG 1926, Groningen) verbetert het Nederlands record hoogspringen, dat op naam staat van Karel Roelofs, met 1,829 en brengt het op 1,844. Tweede wordt de Belg Hansen met dezelfde hoogte en Joop Kamstra (VenL) wordt derde met 1,70. 
wim hofman rotterdam
                      nr hoog
Hilversum, 12 juli 1931, wedstrijden ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van den Utrechtschen Provincialen Athletiek Bond.

Age van der Zee wint het polsstokspringen.
anne van der zee pols
                      hilversum
Wim Peters.

In 1920 stelt Lex Lapère het NR hink-stap-springen op 12,88. Dan komt Wim Peters en springt in 1924 14,205 en 14,25. In 1926 springt hij 14,50, in 1927 14,83, in 1928 15,105 en in 1930 15,26.
Omdat de (K)NAU lange tijd geen records erkent die in het buitenland zijn gevestigd, wordt de prestatie van Wim Peters in 1927 in Londen eerst niet erkend.
Pas in de jaren '30 gaat de KNAU overstag en erkent de prestatie in Londen als record, met als bonus een opronding naar 15,48 m.
Op het gebied van Nederlandse kampioenschappen is Wim Peters een unicum: hij is kampioen hink-stap-springen van 1924 t/m 1930 en van 1934 t/m 1942.
In 1948 wordt hij op de kampioenschappen te Eindhoven nog tweede met 13,62. Hij is dan 45 jaar. In 1950 springt hij nog op een wedstrijd in Utrecht.
wim peters springt
Krefeld, 6 augustus 1933, interland West Duitsland - Nederland.

Op 1,81 eindigen drie atleten in de volgorde Anton Jansz, Jan Brasser, en hans Busch (W D). De vierde plaats is voor de Duitser Erich Stechemesser met 1,76.

De Duitsers nodigen de Nederlanders uit voor een "gesellschaftliche Veranstaltung" in Hotel Krefelder Hof.
De ploegleiding moet deze invitatie afslaan, omdat men de trein van 18.10 uur moet halen. De beperkte geldmiddelen van de KNAU laten nu eenmaal niet toe om tot maandagmorgen te blijven.
brasser krefeld
Rijswijk, 2 juni 1935, recordwedstrijden Te Werve, ter gelegenheid van het 12,5-jarig bestaan, met 6000 toeschouwers.

Tijdens deze wedstrijden bereikt het nummer hoogspringen voor mannen een ongekend niveau voor Nederlandse begrippen. Karel Roelofs (AAC) vestigt een nieuw record met 1,884 en verbetert het record van Jan Brasser dat op 1,857 staat. Tweede wordt "Van Rooyen" (AV 1926, achter dit pseudoniem verschuilt zich Wim Hofman) met 1,85, derde wordt Nees van den Klinkenberg (Haarlem) met 1,80, vierde wordt Krijgsman (VenL) met 1,80, vijfde Anton Jansz (VenL) met 1,80 en zesde Bert Wellerdieck (Hellas) met 1,75.
Links op de foto springt Nees van den Klinkenberg mee met Karel.
karel roelofs te werve nr 1935
Rotterdam, 8 september 1935, Jubileumwedstrijden Pro Patria.

Het Vaderland bericht: 'Verkes in vorm. Het polsstokhoogspringen is dit jaar over het algemeen beneden peil gebleven en in de landenwedstrijden van de laatste maand was het droevig gesteld. Opvallend is het daarom dat de Haarlemmer juist nu hij geen concurrenten te duchten had, zijn topprestatie leverde door 3,80 m. hoog te springen. Een poging om het Nederlandsch record ten name van zijn clubgenoot v. d. Zee, die helaas ontbrak, te verbeteren, mislukte. Tweede werd de P.P.'er v.d. Most met een behoorlijken sprong van 3,40 m.; 3. J. Tournier, Minerva, 2,60 m.'
Toekijkend met handen in de zakken is de VenL- hoogspringer J. Krijgsman.
verkes rotterdam
Londen, 11 juli 1936, AAA kampioenschappen.

Jan Brasser (AAC) plaatst zich op vrijdag samen met Gerard Carlier (AV '23), voor de finale op zaterdag. In de finale springt Brasser, hier op foto, naar een tweede plaats met 1,828 achter de Australiër Metcalfe 1,854. Carlier deelt de derde en de vierde plaats met de Engelsman West, zij springen 1,778.
jan brasser londen
Wim Peters maakt deze foto tijdens een van zijn bezoeken aan de AAA kampioenschappen.
Acht maal neemt hij deel aan deze open Engelse kampioenschappen, zes keer staat zijn naam op de hink-stap-beker geschreven.
In 1927 met 15,47, in 1928 met 14,91, in 1929 met 14,22, in 1930 met 15,10 1/2, in 1935 met 14,21 en in 1937 met 14,33.
Daarnaast is hij driemaal tweede: op verspringen in 1927 met 7,27 en op hink-stap-springen in 1931 met 14,16 en in 1939 met 14,53.
beker van wim peters
Amsterdam, 13 augustus 1939, interland Nederland - Frankrijk.

Na het passeren van de lat krabbelt Cor Lamoree juichend uit de zandbak overeind  en wordt van alle kanten gefeliciteerd. De microfonist informeert het publiek dat het Nederlands record met 10 cm. is verbeterd en nu op 4 meter staat. Dan gaat de jury meten. Tot ontsteltenis van allen blijkt de jury zich 20 cm vergist te hebben: Cor is over 3,80 gegaan.
Uitslag: Kamadrier (FRA) wint met 3,90, tweede wordt Ventousky (FRA) met 3,80, Cor Lamoree wordt derde met 3,80 en Joop Verkes vierde met 3,50.

Vlnr. Verkes, Lammoree, op de trap Jan de Vries, rechts Wim van Leeuwarden.
lamoree en verkes
                      amsterdam
Amsterdam Olympiaplein, 27 juni 1943, wedstrijd van AV '23.

Nol Wellerdieck (Hellas, Utrecht) wint het invitatienummer verspringen met 7,22, 15 cm onder het Nederlands record van Hannes de Boer.
Nol is kampioen verspringen in 1938, 1942, 1943 en 1944.

Let op de omgevormde Hellas-ster. In De Athletiek Wereld van 16 augustus 1942 verschijnt het volgende bericht afkomstig van de Secretaris-generaal van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming:
'Hiermede bericht ik U, dat de terzake bevoegde Duitsche instantie het gewenscht acht, dat in den vervolge op sportkleeding geen stervormige onderscheidingsteekenen (in het bijzonder vijf- of zespuntige sterren) worden gedragen.'
nol wellerdieck 1943

Terug naar top